zorgboerderij drenthe

Hij zit op de tafel, zijn voetjes op de stoel. Een klein, mager jongetje met een speen in zijn mond en een knuffelbeest onder zijn armpje geklemd. Hij zal hooguit 5 of 6 jaar oud zijn. Zijn gezichtje is ‘anders’ en stil wiegend blijft hij recht voor zich uit kijken. Als even later zijn moeder binnenkomt, is hij ineens vol leven en springt hij door de keuken. ‘Kom Tyco, ga maar even naar je broer toe’, duwt ze het kereltje de woonkamer in waarna ze de suitedeuren achter hem dicht schuift.

Jolanda neemt plaats aan de grote eetkamertafel in de ruime woonkeuken. Het enorme fornuis met maar liefst acht kookpitten en de vele stoelen die rond de tafel staan, doen vermoeden dat de 46-jarige vrouw een groot gezin heeft. ‘Ja, ik heb elf kinderen’, lacht ze trots. ‘Het zijn er iets meer ­geworden dan het gezinnetje met drie kinderen waar Kees en ik van droomden toen we gingen trouwen. Een zwangerschap bleef helaas uit, maar we hadden al wel eens over pleegkinderen nagedacht. Ik was 24 toen we ons eerste pleegkindje kregen. In de jaren daarna werd er steeds weer een beroep op ons gedaan. Dan weiger je dat toch niet? Nee, dan neem je zo’n kleintje op en met veel liefde en geduld zie je het langzaam opbloeien. Dat is altijd onze drijfveer geweest.’

Beperkingen

‘Bijna al onze kinderen hebben een rugzakje. Neem nu Tyco, hij heeft FAS, het Foetaal Alcohol Syndroom. Hij heeft een behoorlijke hersenbeschadiging opgelopen omdat zijn moeder tijdens de zwangerschap alcohol dronk. Dit heeft een enorme impact op zijn leven. Eén van de gevolgen hiervan is zijn groeiachterstand. Je zult het misschien niet zeggen, maar hij is echt al 10 jaar. Naast FAS hebben we hier in huis ook te maken met ADHD, PDD/NOS, Gilles de la Tourette en hechtingsstoornissen. De kinderen houden echt rekening met elkaars beperkingen’, vertelt Jolanda trots. ‘Ze zullen elkaar daar nooit mee pesten. Maar de uitbarstingen van de kinderen kunnen best heftig zijn, want ze zijn snel overprikkeld. Hun verjaardagen vieren we bijvoorbeeld heel sober. Alleen met ons gezin en heel soms met familie of een vriendje of vriendinnetje. Hoe ‘gekker’ je doet, hoe meer de kinderen last hebben van naweeën. Het roept gewoon heel veel spanningen op. Dat geldt ook voor vakanties, we zijn wel eens dagjes weggeweest, maar op vakantie gaan is geen optie. Een nieuwe omgeving geeft te veel prikkels. Met deze kinderen moet je gewoon erg veel geduld hebben en veel praten. Vooral wanneer ze niet lekker in hun vel zitten. Door alles te benoemen, leren ze hun gevoelens beter te begrijpen. Dat is eigenlijk hoe ik het altijd doe en op die manier komen we er altijd uit.’

Kracht

‘Veel tijd voor mezelf heb ik niet sinds Kees overleden is.’ Even staart ze voor zich uit, haar hand zoekt het medaillon, met daarin een fotootje van haar echtgenoot, dat aan een ketting om haar hals hangt. ‘Kees werd ziek in 2012, hij bleek kanker te hebben en is twee jaar later overleden. Sommige mensen hebben me wel eens gevraagd waarom ik de kinderen niet weggedaan heb na Kees’ overlijden’, zegt Jolanda verontwaardigd. ‘Nou ja! Alsof ze zelf hun kinderen weg zouden doen! Mijn kinderen zijn juist de reden waarom ik ’s morgens opsta. Ze zijn zo ontzettend afhankelijk van mij. En natuurlijk, het is best pittig, maar je krijgt er ook zoveel voor terug. Dat geeft mij kracht om door te gaan!’

Pannenkoeken? Tja, dan bak ik er een stuk of zestig…

Dagelijks leven

‘Hoe mijn dag eruit ziet?’ Jolanda grijnst en begint dan op te sommen: ‘Om kwart over vijf gaat de wekker en een kwartier later sta ik op. Dan verzorg ik de dieren en vervolgens ga ik thee zetten, de tafel is de avond van te voren al gedekt. Intussen komen de kinderen de keuken binnen om te eten en tussen zeven en half acht worden de meesten door busjes of taxi’s opgehaald om naar school te gaan. Tot half negen ben ik bezig met Tyco en zijn zusje die ik thuis les geef, waarna mijn hulp in de huishouding arriveert. Dan gaat de eerste was in de machine en later op de dag volgen er nog minstens twee. Gelukkig heb ik een wasmachine en droger met een inhoud van 11 kilo, anders moest ik nog veel vaker wassen’, grinnikt Jolanda. ‘Verder ben ik bezig met telefoontjes met hulpverleners en voogden én met les geven. En af en toe moeten er natuurlijk ook boodschappen gedaan worden. Als ik naar de supermarkt ga, meestal gaat Tyco dan met me mee, heb ik twee winkelwagentjes nodig om alles in te kunnen doen. Daarna moeten we weer snel naar huis want vanaf twee uur komen de eerste kinderen weer terug van school en wordt het tijd om het avondeten voor te bereiden. Vaak kook ik drie of vier verschillende soorten groente en twee verschillende soorten vlees omdat niet iedereen alles lust. Als we stamppot eten, schil ik 5 kilo aardappelen en bij pasta gaat er 1,5 kilo macaroni in de pan en 2 kilo gehakt. En pannenkoeken? Tja, dan bak ik er een stuk of zestig, maar ik bak dan wel met vier pannen tegelijk hoor. Na het eten mogen de kinderen gamen en op internet en er is altijd wel iemand die ik moet helpen met huiswerk maken. Ik zorg wel dat ik zicht heb op waar ze mee bezig zijn op de computer, want deze kinderen zijn erg makkelijk beïnvloedbaar en daardoor erg kwetsbaar. Tussen acht uur en half elf gaat iedereen naar bed. Daarna heb ik even mijn vrije uurtjes die ik besteed aan de administratie of het leren voor mijn HKZ-certificatie voor zorgboerderijen. Ik start binnenkort namelijk ook met dag­besteding en begeleid kamer wonen voor jongeren. Daarna dek ik de ontbijttafel voor de volgende dag en tussen twaalf en één duik ik mijn bed in. Het zijn korte nachten, maar gelukkig heb ik niet zoveel slaap nodig.’

Lintje

Vorig jaar kreeg Jolanda een lintje voor haar tomeloze inzet als pleegouder. ‘Weet je, eigenlijk vond ik dat zo oneerlijk. Ik kreeg allemaal veren in mijn derrière, maar ik heb dit niet alleen gedaan; ik heb dit samen met Kees gedaan! Ik vind het ook helemaal niet nodig. Als je een heldendaad verricht verdien je een lintje, maar wat ik doe is toch helemaal niet bijzonder? Het enige wat ik wil is dat het goed gaat met onze kinderen. En soms is dat best frustrerend en voel ik me machteloos. Vooral als je dingen wilt bereiken en hulpverleners er soms niets van snappen. Daar moet je dan zo tegen opboksen. Maar gelukkig zijn er ook fantastische mensen om me heen waar ik altijd een beroep op kan doen en die me steunen. Zonder hen zou ik dit allemaal niet kunnen!’

Samen staan we sterk!